|
| |
In juni en juli 1964 na veldloop overleden
Basistraining opgeschort
De zomer van 1964 was een hele mooie en warme zomer. De rekruten van lichting
64-3 maakten dat aan den lijve mee en hebben wat afgezweet tijdens de marsen en
trainingen.
In het midden van de maand juli 1964 werd de militaire training plotseling op
een laag pitje gezet.
Op de betreffende dag stonden we met volle bepakking al klaar om een veldloopje
over de Ossendrechtse heide te maken. Onze pelotonsinstructeur wachtmeester van
der Velde kwam de kamer op en vertelde dat er in een andere kazerne tijdens
militaire trainingen twee dienstplichtigen waren overleden. Daarom werden de
veldlopen en andere zware trainingen voorlopig opgeschort. We konden de
bepakking in de kast bergen. En die morgen, in plaats van over de Ossendrechtse
heide te rennen, liepen we op ons dooie gemak naar een schaduwrijke plaats. Daar
gingen we heerlijk ontspannen tegen een boom zitten wachten op de Volkswagen bus
van de CADI.
De rest van onze basistraining bleven die trainingen
opgeschort. Lang was dat
niet, want op vrijdag 31 juli 1964 liep onze basisopleiding af en gingen we naar
de vervolgopleiding. Maar ook in de daaropvolgende opleidingen en zelfs bij de
parate onderdelen werd niet meer zo fanatiek getraind als in de eerste zes weken
van de basisopleiding.
Veldonderzoek na
meer dan 45 jaar
Elke keer als ik aan mijn basisopleiding terug denk, komen deze
twee overleden
jongens ook weer even in mijn gedachten voorbij. Ik kende de jongens niet, ze
lagen niet eens bij ons in Ossendrecht. Maar ik ben die gebeurtenissen nooit
vergeten. Ik wilde nu toch wel eens wat meer over die jongens te weten komen. Op
internet kon ik totaal niets vinden over tijdens trainingen overleden
dienstplichtigen in 1964. Dus ben ik enige weken geleden een paar ochtenden het
Stadsarchief van Heerlen ingedoken en heb de Limburgse kranten van juni en juli
1964 doorgebladerd op zoek naar informatie over die gebeurtenissen. Het blijkt
dat er niet twee, maar zelfs drie militairen zijn omgekomen tijdens of na een
militaire veldloop of speedmars.
L.A.M. Drommel
Op woensdagochtend 24 juni 1964 overleed de 21-jarige dienstplichtige soldaat
L.A.M. Drommel uit Zandvoort na een veldloop van tien kilometer. Soldaat Drommel
behoorde tot de B-compagnie van het 41Verbindingsbataljon uit Harderwijk.
We hadden in die tijd
twee parate divisies: 1Divisie en 4Divisie. 2, 3 en 5Divisie waren mobilisabele divisies. In geval van toenemende spanningen werden
de met groot verlof zijnde soldaten opgeroepen en zouden dan die 2, 3 en 5Divisie vullen. 1 en 4Divisie waren qua organisatie en personeelssterkte gelijk.
Doch 4Divisie was maar gedeeltelijk paraat. Ik meen voor 60 procent. Het
41Vbdbat was bij 4Divisie wat het 11Vbdbat was bij
1Divisie. Omdat 4Divisie niet helemaal paraat was, was ook het 41Vbdbat niet volledig gevuld en
zag je minder van dat bataljon.
De overleden soldaat Drommel zat bij het 41Vbdbat. Een
collega-verbindingsman bij de 4e Divisie. Hij was bezig met het behalen
van het MLV (Militair Lichamelijke Vaardigheid) speldje. Hij was dus geen
rekruut meer. Zijn ouders gaven geen toestemming voor sectie en daardoor is zijn
doodsoorzaak niet vastgesteld. Enige dagen later werd over zijn dood door het 1e
kamerlid Max van Pelt Kamervragen
gesteld.
C. van Leeuwen
Op vrijdag 10 juli 1964 overleed, eveneens tijdens een veldloop, de 19-jarige
wachtmeester 1e klasse van de marechaussee C. van Leeuwen uit
Soesterberg. Zijn dood was te wijten aan een embolie.
Ik vermoed dat de leeftijd van 19 jaar een typefout in het krantenbericht is. Op
19-jarige leeftijd is het (vrijwel) onmogelijk om al wachtmeester
1e klasse te zijn. De jongste leeftijd om in militaire dienst
te komen is 16 jaar. Het duurt dan minstens twee jaar om wachtmeester of sergeant
te worden. En daarna nog minstens vier jaar om de volgende rang
van 1e klasse te krijgen. De rang van de
overleden marechaussee van Leeuwen zou marechaussee 1e
klasse (=korporaal) kunnen zijn geweest of zijn leeftijd was 29 jaar.
In juli 1964 kreeg een detachement van 47 cadet-sergeanten van de KMA een
militaire vaardigheidstraining bij het korps Commandotroepen in de Graaf
Engelbrechtkazerne in Roosendaal. Op dinsdagmiddag 14 juli 1964
kregen de cadetten een speedmars, waarbij vijf kilometer met marsbepakking in 40
minuten moest worden afgelegd. Bij terugkeer zakten drie cadetten in elkaar en
werden met spoed naar het ziekenhuis gebracht. Één cadet herstelde snel en kon
vrijwel direct naar de kazerne terugkeren.
De tweede cadet C. Vodegel uit Leerdam verbleef enige dagen in het ziekenhuis en
herstelde zonder verdere gevolgen te hebben overgehouden aan de gebeurtenis.
J.R. Meerdink
Veldboom
De derde persoon was cadet-sergeant J.R. Meerdink Veldboom uit Rotterdam. Hij
kwam niet meer bij bewustzijn en overleed diezelfde middag. Op zijn lichaam werd
sectie verricht en als doodsoorzaak werd warmtestuwing vastgesteld. Dat is een
verhoging van de lichaamstemperatuur en verlies van vocht en zouten door
blootstelling aan hoge omgevingstemperatuur. Hevige transpiratie kan leiden tot
excessief verlies van vocht en zouten en warmtestuwing veroorzaken.
Warmtestuwing, ook wel hitteberoerte genoemd, kan dodelijk zijn en moet
onmiddellijk medisch behandeld worden.
Het overlijden van cadet Meerdink Veldboom was de druppel die
de emmer deed overlopen. De legerleiding besloot alle zware oefeningen op te
schorten. In de praktijk werden ook minder zware oefeningen uitgesteld tot de
dagelijkse temperaturen weer op een normaal peil zouden komen.
Er werden onderzoeken ingesteld naar de lichamelijke conditie en de
trainingsschema’s werden aangepast. Ook het keuringstelsel werd onder de loep
gehouden. De babyboom geboortegolf maakte dat wat gemakkelijker: in plaats van
jaarlijks uit een vijver van ongeveer 90.000 jongens
te kunnen putten werden dat met het geboortejaar 1946 meer
dan 130.000. De keuringseisen werden niet echt aangepast, maar een
jongeman met een wat mindere conditie kreeg sneller vrijstelling of kwam in een
minder belastend militair onderdeel terecht.
Na mijn afzwaaien als dienstplichtige zijn er intussen meer dan 45 jaar
verlopen. In al die jaren ben ik heel veel dingen vergeten. Maar als ik aan mijn
basisopleiding dacht, kwamen deze voor mij onbekende overleden soldaten ook weer
even voorbij. Nu zullen ze ook nog wel voorbij komen, maar ik weet nu in elk
geval wie ze waren en hoe ze heetten: L.A.M. Drommel uit Zandvoort, C. van
Leeuwen uit Soesterberg en J.R. Meerdink Veldboom uit Rotterdam.
Hieronder volgen de krantenberichten waar ik dit verhaal uit heb
samengesteld. In die berichten is nog meer informatie terug te vinden.
Kees Blokker,
Voerendaal, 31 januari 2011
|
(De Nieuwe Limburger donderdag 25 juni 1964)
Soldaat na veldloop overleden
Den Haag (ANP). – De 21-jarige dienstplichtige soldaat
L.A.M. Drommel, is woensdagochtend (24 juni 1964) na een veldloop van tien
kilometer aan de finish op de Leuvenumseweg nabij Harderwijk in elkaar
gezakt en kort daarna overleden. De Legervoorlichtingsdienst heeft dit
woensdagmiddag meegedeeld.
Soldaat Drommel was ongehuwd en was te Zandvoort
woonachtig. Hij behoorde tot de B-compagnie van 41 Verbindingsbataljon uit
Harderwijk. De tien kilometer veldloop was een programmapunt voor het
diploma militaire lichamelijke vaardigheid. Bij de keuring van de soldaat
waren geen afwijkingen geconstateerd. |
 |
|
(uit het Utrechtsch Nieuwsblad 26 juni
1964)
Vragen over dood van militair
Het Eerste Kamerlid M. van Pelt
(PSP) heeft aan de minister van Defensie schriftelijk vragen gesteld over
het overlijden van de 21-jarige dienstplichtige soldaat L.A.M. Drommel uit
Zandvoort, die woensdagochtend (24 juni 1964) na een veldloop van tien
kilometer nabij Harderwijk in elkaar is gezakt en kort daarna is overleden.
De tien kilometer veldloop was een programmapunt voor het diploma militaire
lichamelijke vaardigheid. |
 |
|
(Limburgs Dagblad woensdag 15 juli
1964)
CADET DOOR HITTE BEVANGEN
Tijdens mars
ineengezakt
ROOSENDAAL, 15 juli – De 26-jarige cadet-sergeant ter K.M.A., J.R.
Meeldink Veldboom uit Rotterdam, is gistermiddag (14 juli 1964) omstreeks
vijf uur tijdens een mars ineengezakt en in ernstige toestand overgebracht
naar het Charitasziekenhuis in Roosendaal.
Ondanks het feit dat wegens de hitte het tempo van deze mars werd
vertraagd, zijn drie cadetten onwel geworden. Een van hen heeft zich
hersteld, een tweede is ter observatie in het Charitasziekenhuis en sergeant
Meeldink Veldboom is daar opgenomen als ernstig zieke. Sergeant Meeldink
Veldboom volgde sinds gisteren met 46 andere cadetten-sergeant van de
Koninklijke Militaire Academie de gebruikelijke drieweekse gevechtscursus
bij het korps commandotroepen in Roosendaal ter afsluiting van het tweede
studiejaar. In het programma van de cursus is onder andere opgenomen een
vijf kilometer snelmars.
(NB: In diverse publicaties wordt de overledene Meeldink Veldboom genoemd.
In latere publicaties gaat het om Meerdink Veldboom. De naam Meeldink is niet juist
en moet zijn Meerdink. KB). |
 |
|
(Limburgs Dagblad
van
donderdag 16 juli 1964)
Voorlopig opschorting veldlopen
bij commando’s
Cadet na afmattende mars overleden.
(van onze Haagse redactie)
DEN HAAG, 16 juli. – De 26 jarige cadet-sergeant aan de KMA te Breda J.R.
Meerdink Veldboom uit Rotterdam die dinsdagmiddag (14 juli 1964) tijdens een
mars in elkaar zakte en in ernstige toestand was opgenomen in het
Charitasziekenhuis te Roosendaal, is zonder tot bewustzijn te komen,
overleden.
De commandant van het korps Commandotroepen in Roosendaal waarbij de
cadet-sergeant een gevechtscursus van drie weken volgde, heeft de
Koninklijke Marechaussee verzocht een onderzoek in te stellen. Zoals gemeld
zijn drie cadetten als gevolg van de hitte onwel geworden. Een van hen
herstelde kort nadien, terwijl ook de toestand van de andere cadet thans
goed is.
Bij de militaire vaardigheidsproeven in het korps
Commandotroepen zal het onderdeel geforceerde marsen voorlopig worden
opgeschort. Dit besluit heeft de bevelhebber der landstrijdkrachten na
overleg met de staatssecretaris van Defensie den Toom gisteravond genomen,
nadat dinsdagmiddag de 26-jarige cadetsergeant J.R. Meerdink-Veldboom bij
een oefening in Roosendaal aan de gevolgen van een geforceerde veldloop is
bezweken.
De inspecteur van de militair geneeskundige dienst, generaal-majoor dr. H.J.
van der Giessen, heeft inmiddels een onderzoek ingesteld met betrekking tot
die onderdelen van de gevechtscursus bij de Commandotroepen, die grote
lichamelijke inspanningen vergen. Speciaal de veldloop voor de militaire
vaardigheidsproef zal daarbij onder de loupe genomen worden. De vraag is, zo
deelde de legervoorlichtingsdienst mee, of de eisen, die daarbij worden
gesteld eventueel herzien moeten worden.
Staatssecretaris den Toom heeft gistermiddag in gezelschap van de
plaatsvervangend secretaris-generaal der Koninklijke Landmacht ’n bezoek
gebracht aan het korps Commandotroepen te Roosendaal om zich persoonlijk op
de hoogte te stellen van de omstandigheden waaronder cadet-sergeant Meerdink
Veldboom is bezweken. Daarbij was ook de inspecteur van de militaire
geneeskundige dienst aanwezig. Gisteravond is sectie verricht op het lichaam
van de overleden militair, teneinde de juiste doodsoorzaak vast te stellen. |
 |
|
(De Nieuwe Limburger van donderdag 16 juli
1964)
Cadet Meerdink-Veldboom overleden
Legerleiding schort zware oefeningen op
(Van onze verslaggevers)
DEN HAAG – Nadat kort achter elkaar drie militairen tijdens, c.q. na
een mars of veldloop zijn overleden, is de legerleiding overgegaan tot het
treffen van maatregelen. Er is opdracht gegeven alle grote inspanning
vergende oefeningen als marsen en veldlopen, op te schorten in afwachting
van een onderzoek door de inspecteur Militair Geneeskundige Dienst.
Sedert 24 juni bezweken 3 militairen bij oefeningen
De directe aanleiding tot deze maatregelen is het overlijden van cadet
sergeant J.R. Meerdink Veldboom uit Rotterdam die met 46 andere leerlingen
van de K M A een drieweekse gevechtscursus bij het korps Commandotroepen te
Roosendaal volgde. Hij en twee andere cadetten zakten tijdens een mars in
elkaar. Een andere cadet is inmiddels hersteld. De derde, de 20-jarige C.
Vodegel uit Leerdam, ligt in het ziekenhuis.
Staatssecretaris
Staatssecretaris Den Toom heeft in gezelschap van de plaatsvervangend
secretaris generaal van de Koninklijke Landmacht een bezoek aan het korps
Commandotroepen gebracht. Teneinde zich persoonlijk op de hoogte te stellen
van de omstandigheden waaronder het voorval heeft plaats gehad.
Ook de inspecteur van de Militair Geneeskundige Dienst, generaal majoor
dr. H.J. van der Giessen was bij het bezoek aan de graaf Engelbrechtkazerne
in Roosendaal aanwezig.
De 20-jarige cadet sergeant Vodegel die nog in het ziekenhuis ligt,
schrijft zijn instorting toe aan oververmoeidheid.
"Toen ik van de mars terugkwam was ik volkomen op. We liepen voor het
avondeten een blok van goed 5 kilometer en we waren nog maar net op het
kazerneterrein of ik had het niet meer. In het ziekenhuis ben ik wakker
geworden".
’s Maandags, aldus Vodegel, zijn een speedmars, een klimtoren oefening en
een zogenaamde natte cross afgewerkt. De dag daarop namen de in Roosendaal
gedetacheerde cadetten ’s morgens en ’s middags de stormbaan en later liepen
ze opnieuw een speedmars. Zo’n mars houdt – volgens majoor Polman van de
Legervoorlichtingsdienst – in, dat vijf kilometer met marsbepakking in 40
minuten gelopen moeten worden. Maar men heeft in Roosendaal niet zo precies
op de tijd gelet.
De cadetten die niet voor de infanterie worden opgeleid hebben na hun
elementaire militaire vorming praktisch geen veldoefeningen meer gedaan,
aldus Vodegel. Dit betekent dat het merendeel eerst na ruim anderhalf jaar
weer forse diensten buiten doet. Voor de cadetten daaraan beginnen ondergaan
ze een korte routinecontrole. Er wordt b.v. gevraagd of men klachten heeft
en of er geen voetafwijkingen zijn. Maar een intensief inwendig onderzoek
hebben wij niet ondergaan, aldus Vodegel. Het was naar zijn mening niet meer
dan een oppervlakkige nakeuring.
Zoals wij reeds eerder berichtten hebben de afgelopen weken nog twee
andere militairen tijdens oefeningen het leven verloren. Op 24 juni zakte de
21-jarige militair L. Drommel uit Zandvoort na een veldloop in elkaar. Zijn
doodsoorzaak heeft men niet precies kunnen vaststellen omdat de ouders van
de militair geen toestemming tot sectie gaven. Op 10 juli overleed, eveneens
tijdens een veldloop, de 19-jarige wachtmeester 1e klasse van de
marechaussee C. van Leeuwen uit Soesterberg. Zijn dood was te wijten aan
embolie. |

|
|
(De Nieuwe Limburger vrijdag 17 juli 1964)
Warmtestuwing doodsoorzaak cadet sergeant.
(van onze verslaggever)
DEN HAAG – De sectie op ’t stoffelijk overschot van de overleden
cadet-sergeant heeft uitgewezen, dat ’t overlijden geen gevolg is geweest
van organische afwijkingen. De militaire artsen menen daarom dat
warmtestuwing de oorzaak moet zijn geweest. |
 |
|
(Limburgs Dagblad vrijdag
17 juli 1964)
Conditie van onze militairen onder de loep
Cadet op hitte-mars bezweek aan warmte-stuwing
Is de Nederlandse soldaat bewegingsschuw?
DEN HAAG, 17 juli – De dood van de 26-jarige cadet sergeant J.R. Meerdink
Veldboom, die dinsdagmiddag (14 juli 1964) tijdens een snelmars in
Roosendaal bezweek, ie een gevolg geweest van warmte-stuwing. Dit is een op
zich weinig voorkomend verschijnsel, dat zich echter onder ongunstige
klimatologische omstandigheden vrij plotseling kan openbaren bij mensen die
er een medisch vrij moeilijk aanwijsbare aanleg voor hebben. Aldus
verklaarde dr. De Win, sportadviseur van de inspecteur van de Militair
Geneeskundige Dienst.
Dr. De Win, die rapport zal uitbrengen aan de legerleiding, staat op het
standpunt dat men zeker niet kan spreken van een algehele verslechtering van
de lichamelijke conditie van de Nederlandse militair in vergelijking met
vroegere jaren.
Wel is het zo, dat door het toegenomen levenscomfort enerzijds en de
intensievere sportbeoefening anderzijds een grote spreiding is ontstaan in
de algemeen lichamelijke conditie van de jeugd.
Een gebrek, dat bij een groot aantal rekruten duidelijk te constateren is,
blijkt een zekere bewegingsarmoede.
Deze is echter niet het gevolg van een slechte lichamelijke conditie, doch
vindt veelal zijn oorzaak in mentale eigenschappen. Men is bewegingsschuw.
Het is daarom zeker niet juist te veronder-stellen, dat de keuringsnormen
voor dienstplichtige militairen niet al te nauw genomen, waardoor later
noodlottige situaties zouden kunnen ontstaan.
Evenmin is het juist de eisen die aan de militair worden gestel, in het
algemeen als te zwaar te kenmerken. Wanneer blijkt dat een groot aantal
jongens een zware oefening moeilijk kunnen volbrengen, dan is dat omdat de
meesten onder hen nooit geleerd hebben, een lichamelijke prestatie te
leveren op een moment dat zulks nodig is.
Naar de mening van dr. De Win zal een methode gevonden moeten worden waarbij
de militair geleidelijk aan getraind wordt tot het moment, dat zijn
lichamelijke conditie van dien aard is, dat hij zich zowel lichamelijk als
mentaal tegen alle gestelde eisen opgewassen voelt. Er is wat dit betreft in
samenwerking met de Nederlandse Sportfederatie een onderzoek gaande, waarbij
o.m. wordt nagegaan hoe de bewegingsvaardigheid en het uithoudingsvermogen
van de Nederlandse militair vergroot kunnen worden.
Intussen is het onderdeel 10 kilometer snelmars voor het militair
lichamelijke vaardigheidsinsigne, alsmede de geforceerde mars bij de
gevechtscursus voor beroepspersoneel in Roosendaal voor onbepaalde tijd
opgeschort. Aangenomen mag worden dat de legerleiding eerst de adviezen wil
inwinnen uit de kringen van militaire artsen en sportinstructeurs, alvorens
mogelijke wijzigingen aan te brengen in het oefenschema. Zeker echter is
het, dat aan een geleidelijke training van de Nederlandse soldaat, die wat
lichamelijke conditie betreft bepaald niet onderdoet voor die uit de overige
NAVO-landen, meer dan ooit aandacht zal worden geschonken. |

|
|