|
Dienstplichtigen tussen 1900 - 1940 Van Johan Scholten kreeg ik een paar hele oude foto’s van zijn opa en zijn ooms Dirk en Henk als dienstplichtige militairen. Zelf heb ik ook nog een stel foto’s van de diensttijd van mijn schoonvader Jozef Severens. Wat opvalt aan die foto's: het lijkt wel of ze meer dan 200 jaar geleden gemaakt zijn. En toch was de jongste foto niet ouder dan 25 jaar toen we zelf in dienst gingen. We gaan eens naar de foto's kijken. Wil je meer weten over de dienstplicht zelf, kijk dan even op Hoezo, iedereen moet in dienst?
Mobilisatie voor de Eerste Wereldoorlog
Na de invoering van de persoonlijke dienstplicht in 1898 was er in 1901 nog een nieuwe militiewet gekomen. Deze regelde een kader-militieleger met een jaarlijks benodigd aantal dienstplichtigen van ca. 19.500 man en een mobilisabele sterkte van ca. 200.000 soldaten. In 1912 werd deze wet weer aangepast en het aantal jaarlijks benodigde dienstplichtige soldaten verhoogd naar 23.000 man in twee lichtingen per jaar.
De Scholten dynastie De grootvader van Johan Scholten werd geboren op 12 juni 1887 en moet dan ingeloot zijn geweest voor de lichting van 1907. Hij trouwde op 21 oktober 1911 met Gesina Verschoor en op 5 oktober 1912 kreeg het echtpaar een dochter Maria Antonia. Door de toenemende spanning in Europa werd hij gemobiliseerd en opgeroepen bij het 5e Regiment Infanterie 2e Batterij en nog wat. Op 8 september 1913 stuurde hij zijn vrouw en dochter een kaart: “Lieve vrouw en dochtertjen. Bij dezen laat ik u weten als dat ik goed ben overgekomen en ik lig in tent 6. Aanstaande maandag gaan we op manoeuvre. Het bevalt wel goed. Hartelijke groeten van mij. J. Scholten”. Uit deze kaart blijkt geen reden tot ongerustheid. Alleen de opmerking “ik lig in tent 6” geeft aan dat dienstplichtigen ook toen al beroerd werden ondergebracht: in een tent en met de winter voor de deur geen prettig vooruitzicht. De opmerking “Het bevalt wel goed.” is bedoeld om ongerustheid bij de familie weg te nemen, maar het bevalt hem van geen meter. Echter uit alles blijkt voor Johan Scholten sr. sr. : Het leven was zoals het was en men moest er maar het beste van maken. Dat zou negen maanden later drastisch veranderen.
Op 28 juni 1914 wordt in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand en zijn vrouw tijdens een rijtoer vermoord. Er volgt een kettingreactie van ultimata en oorlogsverklaringen over en weer. Op 28 juli verklaart Oostenrijk de oorlog aan Servië en is de Eerste Wereldoorlog begonnen die tot 11 november 1918 zou duren.
Muiterij in de Harskamp Op 25 en 26 oktober 1918 braken in de Legerplaats de Harskamp rellen uit. Soldaten staken verschillende barakken in brand, er vielen klappen en er werd geschoten. Maar niemand raakte gewond. De muiterij sloeg ook over naar andere kampen. De voorman van de SDAP (De Arbeiderspartij) Jelles Troelstra meende dat de Russische revolutie van oktober 1917 nu ook naar Nederland was gekomen en riep de revolutie uit. Dit ging de geschiedenis in als de Vergissing van Troelstra. De soldaten hadden geen enkel politiek doel. Ze wilden alleen een einde aan de mobilisatie en een betere behandeling. Beter eten en een betere legering. Ook toen al.
Rampzalige tijden Ik ga ervan uit dat ook de opa van Johan al die tijd in dienst is geweest. Hoewel het voor gehuwden, zeker als er ook nog kinderen waren, iets gemakkelijker was om vrijstelling te krijgen. Hoe het ook zij: het waren rampzalige tijden voor de familie Scholten. Drie dagen na het einde van de Eerste Wereldoorlog, op 14 november 1918, overleed de opa van Johan aan de Spaanse griep. Deze wereldwijde pandemie kostte in 1918-1919 aan 40 tot 100 miljoen mensen (20% van de wereldbevolking) het leven. Deze griep richtte zich vooral op jonge mensen. De opa van Johan was pas 31 jaar en had net nog een zoon gekregen: Johan‘s vader. Door het voortijdige overlijden, heeft Johan‘s vader nooit zijn eigen vader gekend.
Nieuwe dienstplichtwet In 1922 wordt de militiewet vervangen door de Dienstplichtwet 1922. In deze wet staat ook het uitstel- en vrijstellingsbeleid waarmee het dienstplichtigen mogelijk wordt gemaakt om tijdelijk of voorgoed af te komen van hun grondwettelijke verplichtingen ter verdediging van het Rijk. Het aantal dienstplichtigen wordt gesteld op 19.500 per jaar. Ze krijgen allemaal een infanterie opleiding en hebben een diensttijd van 5,5 maand. Deze wet is een schoolvoorbeeld van een zeer slechte wet. Alle lasten voor de dienstplicht kwamen op de schouders van de ingelote jongens terecht. Terwijl alle, ruim 40.000, uitgelote leeftijdsgenoten vrijuit gingen. Tot 1938 bepaalde het lot, wie wel of niet in dienst moest.
Mijn schoonvader Jozef Severens (die overigens toen nog mijn schoonvader niet was. Sterker nog: hij was toen nog niet eens de vader van mijn toekomstige vrouw Rietje) is ook één van de jongens die de klos is. Hij is geboren in 1905 en in 1925 is het zijn tijd om onder de wapenen te komen. Hij komt terecht bij het (waar anders?) Regiment Infanterie Limburgse Jagers. Zoals gezegd hun diensttijd is maar kort: 5,5 maanden. Je zou zeggen, dat viel uit te houden. Maar kijk eens naar bijgaande foto's. Die mannen moesten zo uit de pannen eten, hun legering en uitrusting was werkelijk abominabel.
Mobilisatie Tweede Wereldoorlog De periode tussen de twee wereldoorlogen wordt het Interbellum genoemd. Aanvankelijk verliep deze periode vrij rustig. Maar in 1933 wint een nieuwe partij in Duitsland de verkiezingen en vrij kort daarna begint men met de wederopbouw van het Duitse Leger. Op 1 september 1939 valt Duitsland Polen binnen. Op 3 september verklaart Engeland de oorlog aan Duitsland en is de Tweede Wereldoorlog begonnen. Een paar dagen daarvoor, op 28 augustus 1939, mobiliseert Nederland. Ons land is nog steeds neutraal en iedereen verwacht dat wij ook dit keer buiten het oorlogsgeweld zullen blijven. Het leger heeft de lichtingen 1924 tot 1939 opgeroepen met een totale sterkte van 280.000 man. Daaronder bevinden zich ook oom Dirk van Johan Scholten en mijn eigen (toekomstige) schoonvader Jozef Severens. Jozef is inmiddels getrouwd en heeft zes kinderen (nog steeds is mijn vrouw daar niet bij).
Het zal wel meevallen De mannen komen onder de wapenen en zijn ontspannen. Het zal ook deze keer wel weer goed komen. Jozef Severens moet naar Maastricht en wordt ingezet bij de verdediging van de Maasbruggen. Dat was lekker dichtbij. In het weekend kregen de mannen regelmatig bezoek van vrouw en kinderen.
Grebbelinie Dirk Scholten wordt ingezet bij de verdediging van de Grebbelinie. Maandenlang zijn hij en zijn makkers bezig met het graven van borstweringen en loopgraven. Men is er wel gerust op. Net als in 1914, zal de neutraliteit ook nu wel gerespecteerd worden. Helaas, in de vroege morgen van vrijdag 10 mei 1940 viel Duitsland onverwacht Nederland binnen. De ontspannen mannen worden plotseling overvallen door een vijand die op alle fronten beter is uitgerust en na vijf dagen is de strijd gestreden.
Krijgsgevangen Jozef Severens komt in Maastricht nauwelijks in actie. De Duitsers gaan gewoon om hun stellingen heen. Hij wordt krijgsgevangen gemaakt. Na zeven dagen wordt hij vrijgelaten en mag terug naar vrouw en kinderen. De oorlog duurt in Limburg niet zo lang als in de rest van het land: op 17 en 18 september 1944 wordt Limburg bevrijd. Dat geeft de burgers weer moed en optimisme voor de toekomst. Bij de familie Severens wordt in november van 1945 weer een baby geboren. Een meisje dit keer. We wisten het toen nog niet, maar het bleek mijn toekomstige vrouw Rietje te zijn. Eind goed al goed, voor de familie Severens.
Maar helaas niet voor de familie Scholten Dirk Scholten vecht met zijn infanterie op de Grebbelinie tegen een overweldigende Duitse overmacht. Men biedt hevig weerstand aan de oprukkende Duitsers. Maar het is chaos alom. De dienstplichtigen zijn matig geoefend, de bevelen zijn tegenstrijdig en men wist niet eens waar de eigen mensen lagen. Toch houdt men het aardig vol. Tot Rotterdam wordt platgebombardeerd. Op de avond van de 14e mei besluit generaal Winkelman tot overgave. Dirk Scholten wordt krijgsgevangen. Hij wordt afgevoerd naar Duitsland en blijft de hele oorlog in gevangenschap. In 1945 komt hij met open TBC terug naar Nederland en in 1949 is hij daaraan op 35-jarige leeftijd overleden.
Waar Henk Oogink moest verdedigen is niet bekend. Algemeen kan worden aangenomen, dat hij net als de meeste Nederlandse soldaten, eerst krijgsgevangen werd gemaakt. Maar vrij snel daarna weer werd vrijgelaten. Dat was trouwens tricky genoeg. Want voor jongemannen het wisten, werden ze weer opgepakt en zonder pardon op transport gezet voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Tegen het einde van de oorlog werd het transport van goederen en mensen heel moeilijk. De meeste auto's waren gevorderd. Als er wel een auto was, had deze geen benzine. Of reed op een houtgasgenerator, die om de haverklap dienst weigerde. In deze omstandigheden kreeg Henk Oogink voedselvergiftiging. Hij moest met paard en wagen naar het ziekenhuis worden vervoerd. Tegen de tijd dat hij daar arriveerde, was Henk overleden. Henk is geen slachtoffer van oorlogsgeweld, maar op die manier wel een oorlogsslachtoffer.
Tot slot Het Nederlandse leger was slecht bewapend en niet opgewassen tegen een moderne oorlogsmachine als het Duitse leger toen was. En de vraag is dan ook of het ook wel zin heeft gehad om tegen de Duitsers te strijden. Na vijf dagen was het bekeken. Rotterdam lag in puin, er zijn meer dan 2200 militairen gesneuveld. Het enige dat bereikt was, is dat koningin Wilhelmina met prinses Juliana en co en de regering een veilig heenkomen konden zoeken. Was dat al die doden wel waard?
Kees Blokker, Voerendaal, 10 juni 2011. Met bijdragen van Johan Scholten, Familie Severens, Wikipedia.
|