Home

Laatste nieuws

11 Verbindingsbataljon

Leiding C-Cie okt. 1964

Personeelslijst C-cie

Legerplaats Ossendrecht

Oranje-Kazerne

Verhalen & anekdotes

Updates

Gezocht

La Courtine 1964

Verhalen La Courtine '64

La Courtine 2009

Links

Gastenboek - Reacties

Over ons - Contact

Wil Adriaans

Johan Altena

Berrie Barendregt

Adri de Bie

Kees Blokker

Leen den Boer

Jan Brans

Willy Broens

Peter Broekzitter

Piet Buikstra

Jan Bulten

Jo Coenen

Jo Debets

Inno van Dijk

Bram de l'Ecluse
Frits Diks
Jan van Eerden
Johan Engelhart
John Ernst
Kees Fijan
Frans van Gils
Appie Hammink
Ket Hartman
Henk den Hartog
Henk Heidema
Dick Huijsmans
Jos van Kampen
Huub Klip
Toon Knaap
Hans Kolmschot
Rob van Kordelaar
Rinus Kweekel
Harrie Kuijpers
Klaas Leemhuis
Cor Leijtens
Jo Lemmens
Peter van Lith
Pieter Lucius
Fré "Spijker"Metselaar
Evert Meuwissen
Martin van Mierlo
Dirk Mos
Harrie Murkens
Han Neeskens
Gerrit Nieuwenhuis
Jack Post
Theo Ramakers
Geert Rendering
Kees Reniers
Jan Rikken
Paul Rybakowski
Aad Seesink
Marinus van Schaijk
Johan Scholten
Jan Schuring
Kees Tijs
Piet Toonstra
Jan van Vegchel
Koos van der Velden
Henk Verhees
Peter Verhoeven
Han Verkaart
Jan Vogels

Ger Vossen

Jan Wanders

Joop Willems
Wim Wolschrijn
Piet Wolters
Jan ten Zende
Reünie 2009

Reünisten anno 2008

Foto's reünie 15-01-'09 1

Foto's reünie 15-01-'09 2

Links
Over ons - Privacy

De Bijnaam en de Messerschmitt

 

Keihard militair bestaan

Tot nu toe heb ik het gebruik van bijnamen op deze site tegen gehouden. De bedoeling van deze website is herinneringen op te halen en om af en toe nog wat te lachen.

Bijnamen werden vaak gegeven om een persoon te typeren. Op een open medium als het internet kan een bijnaam heel snel een andere uitleg krijgen dan oorspronkelijk bedoeld werd. Maar sommige verhalen kun je gewoon niet vertellen zonder die bijnamen. En ach, het militaire leven was een keihard bestaan (dat merkten we vooral als er "Doorstroming" op het menu stond). Dus zal vanaf nu af en toe eens een bijnaam voorbij komen. Met de restrictie dat er met de bijnaam niemand belachelijk wordt gemaakt. En de hoofdnaam niet tegelijk met de bijnaam wordt genoemd.

 

De Bijnaam

Onze kapitein was oorspronkelijk een infanterie kapitein. Als er hoger geplaatste officieren op de compagnie op bezoek zouden komen, reageerde hij soms een beetje paniekerig. Daar had hij dan ook zijn bijnaam aan te danken: "Bennie Paniek".

 

De Messerschmitt


Buurman Wim Peters met z'n Messerschmitt.
Foto: Dries Peters.

Nu het taboe van de bijnamen is doorbroken kan ik tussendoor nog even een verhaal kwijt dat daarmee verband houdt.

In maart/april 1965 was er een Open Dag op de Oranje-Kazerne. Je kon je ouders, vrouw, verloofde of vriendin uitnodigen en die werden dan op de kazerne rondgeleid. Ik had natuurlijk thuis uitgebreid verteld over het militaire leven, de officieren en onderofficieren en mijn moeder was behoorlijk nieuwsgierig geworden.

Ze kreeg onze buurman Wim Peters zover om haar met zijn Messerschmitt KR200 naar de Oranje-Kazerne te rijden. De Messerschmitt was zo’n rijdende sigaar, waarin twee personen achterelkaar gezeten in konden plaats nemen. Er zat een plexiglazen kap op, die naar rechts kon worden weg geklapt om de passagiers in- en uit te laten stappen. Als je in de, nou laten we het toch maar een auto noemen, auto zat en de kap was dicht, meende je dat je in de cockpit van een vliegtuig zat. Je kon recht omhoog naar de hemel kijken. Alleen zat je niet in de lucht, maar heel kort bij de grond en mijn moeder vertelde later over de rit: "Toen we in Nijmegen bij een verkeerslicht moesten wachten, kwam er een joekel van een vrachtwagen naast ons staan. De wagen had zulke enorme wielen, dat die nog hoger waren dan de Messerschmitt. Als we wilden, konden we zo onder die vrachtwagen doorrijden. We waren doodsbenauwd dat we door die wielen vermorzeld zouden worden".

 

Tank

Dankzij de geweldige stuurmanskunst van buurman Wim Peters (er zat namelijk geen achteruit op de Messerschmitt. Als je achteruit moest rijden, moest één persoon uitstappen en de auto achteruit duwen) kwam hij met zijn vrachtje onbeschadigd op de Oranje-Kazerne.


Aah wat mooi, een brugleggende tank. Foto: Ger Vossen.

De bezoekers werden in groepjes ingedeeld. Aan de groepjes werd een officier of onderofficier toegewezen die de groep rondleidde. De bezoekers kregen demonstraties te zien die werden gegeven door diverse onderdelen van het leger. Zo was er een brugleggende tank, die heel wat "OOOOHHH" en "AAAAH"’s ontlokte aan de bezoekers. Er was nog wat ander zwaar militair geschut. Jongens die hun ouders niet op bezoek kregen, moesten een demonstratieverbinding leggen en de bezoekers kwamen dan kijken hoe een telegrafist zat te punten en te strepen, een lijn werd gelegd of een telex stond te ratelen. Een paar motorordonnansen stonden heel stoer aan de gashendel van hun BSA te draaien. Ach, het zag er best wel imponerend uit.

 

Kapitein wie?

Na afloop van de demonstraties werden de legeringsgebouwen bezocht. Men kreeg een rondleiding bij de foerier, de weekkamer, de administratie en de kamer van de CSM. Als laatste kwamen de groepjes bij de compagniescommandant terecht. Die was nog nerveuzer dan normaal. Burger, dat was de hoogste rang die je in militaire dienst kon halen. En zoveel meerderen in rang tegelijk, ja, daar zou je het echt van op je zenuwen krijgen. En al die vragen die ze stelden.

De kapitein ontving ook ons groepje. Daar stonden we in zijn kamer: zo’n 20 personen, waaronder onze buurman Wim Peters, mijn moeder en ikzelf. De kapitein stelde zich zelf en de aanwezige vaandrigs/officieren voor en vertelde iets over de C-compagnie, hoe trots hij wel niet was op zijn compagnie (en dat was hij). Vervolgens vroeg hij of er iemand nog iets te vragen had. Het was even stil. Toen hoorde ik mijn moeder iets vragen en op datzelfde ogenblik wenste ik, dat ik op de maan zat:

"En wie is dan kapitein Bennie Paniek?".

De kapitein antwoordde: "Kapitein wie, zegt u?".

Mijn moeder: "Kapitein Paniek. Mijn zoon zegt dat hij hier de compagniescommandant is".

Ik stond intussen niet meer naast mijn moeder, maar had mezelf razend snel naar de andere kant van de groep verplaatst. Daar stond ik geanimeerd met een voor mij volslagen onbekende man te praten. En met gespitste oren te luisteren naar de reactie van de kapitein.

Hij antwoordde: "Die ken ik niet mevrouw. Ik ben hier de compagniescommandant".

Mijn moeder kreeg langzaam in de gaten, dat ze waarschijnlijk een flinke bok had geschoten en zei: "Oh, dan heb ik me zeker vergist".

De kapitein gaf geen krimp. Hij verzuimde mijn moeder haar naam te vragen. Of haar te vragen wie dan wel haar zoon was. En zo kwam ik ongeschonden door deze middag.

 

Spreekwoord

Er is een spreekwoord: kleine potjes hebben grote oren. Het waarschuwt ouders niet te veel te zeggen, als hun kinderen in de buurt zijn. Op die middag leerde ik, dat ook gróte potjes grote oren hebben. En dat kinderen bepaalde dingen beter niet kunnen zeggen, als hun ouders in de buurt zijn. En ik leerde zeer voorzichtig te zijn met het gebruik van bijnamen.

 

Buurman Wim Peters en mijn moeder keerden die avond in de Messerschmitt KR 200 veilig terug in Heerlen.

 

Kees Blokker, Voerendaal, 10 februari 2011. Met bijdragen van Leen den Boer, Dries Peters, Ger Vossen.